De middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jesus (vgl. 1 Tim. 2, 5),
was uit de hemel neergedaald om te lijden en te sterven voor het heil
van de mensheid. Toen het uur van zijn lijden naderbij kwam, wilde Hij
de plaats naderen waar Hij zou lijden, mede om duidelijk te maken dat
Hij niet gedwongen maar vrijwillig het lijden op zich nam. Hij wilde op
een ezel komen en door het talrijke volk als koning worden toegejuicht.
Zo zou iedereen begrijpen dat Hij de Messias was, van wie in de profetie
van Zacharia (9, 9) was gezegd dat Hij op deze wijze zou komen.
Vijf dagen voor Pasen wilde Hij komen, zoals wij kunnen opmaken uit het
evangelie van Johannes (12, 1.12): ook hierdoor toonde Hij dat Hij het smetteloze Lam was, bestemd om de zonden van de wereld weg te nemen.
Volgens
het wettelijk voorschrift moest immers het paaslam, dat herinnerde aan
de bevrijding van Israël uit de slavernij van Egypte, vijf dagen voor
Pasen in huis worden genomen, en op de dag van Pasen in de avond worden
geslacht. Dit alles duidde op Hem die, alvorens ons met zijn bloed te
verlossen, vijf dagen voor Pasen - dat is vandaag - Jeruzalem
binnenging, omstuwd door een juichende volksmenigte. Zo ging Hij op weg
naar Gods tempel, waar Hij dagelijks onderricht gaf.
Op
het einde van de vijfde dag bracht Hij de van oudsher overgeleverde
paasgebruiken tot vervulling: ter vervanging van de tekens van het oude
paasmaal gaf Hij zijn leerlingen het sacrament van het nieuwe Pasen dat
zij voortaan zouden vieren. Daarna ging Hij naar buiten en begaf zich
naar de Olijfberg. Hier werd Hij door zijn tegenstanders gevangen
genomen en de volgende dag gekruisigd. Zo bevrijdde Hij ons van de
heerschappij van de duivel op de dag waarop het oude volk van de
Hebreeën, na het slachten van het lam, het juk van de Egyptische
overheersing had afgeworpen. De Heer Jesus Christus ging dus als
paaslam, vijf dagen vóór zijn lijden en sterven, naar de plaats waar Hij
zou lijden.
Aldus maakte Hij duidelijk dat Hij het was van wie de
profeet Jesaja gezegd had: ‘Zoals een lam is Hij ter slachting geleid en
zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders, heeft Hij zijn mond
niet geopend’ (53, 7). En hieraan gaat vooraf: ‘Hij werd gewond om onze zonden en door zijn striemen zijn wij genezen’ (Jes. 53, 5 - Vulg.)
Bron: Nederlands Getijdengebed Palmzondag, Lezingendienst.
