Uit de apostolische exhortatie van paus Paulus VI († 1978) over de Mariaverering
Maria ontvangt gelovig het Woord van God.
De
viering van de aankondiging van de Heer is tegelijk een feest van
Christus en van de Maagd. Dat wil zeggen: van het Woord dat de zoon van
Maria (vgl. Mc. 6, 3) wordt, en van de Maagd die moeder wordt van God.
Wat
nu Christus betreft: in hun liturgie, onuitputtelijk in rijkdom aan
gedachten, vieren oost en west dit feest als de herdenking van het
heilbrengend ‘fiat’, dat door het mens geworden Woord werd uitgesproken
bij zijn intrede in deze wereld: ‘Ik kom, Heer, om uw wil te doen’ (Heb. 10, 7; Ps. 40 (39), 8-9).
Het is tevens de herdenking van het begin van de verlossing, van de
onverbrekelijke verbintenis tussen de goddelijke en de menselijke natuur
in de ene persoon van het Woord.
Wat Maria
aangaat: deze dag wordt ook gevierd als een feest van de nieuwe Eva, de
gehoorzame en trouwe Maagd, die door de werking van de heilige Geest
moeder van God is geworden en tevens moeder van de levenden, ware ark
van het verbond en ware tempel van God, omdat zij de enige Middelaar (vgl. 1 Tim. 2, 5) in haar schoot mocht ontvangen. Dit alles is zij geworden dankzij haar edelmoedig ‘fiat’ (vgl. Lc. 1, 38).
Zo is dit feest de herdenking van het hoogtepunt van de heilsdialoog
tussen God en mens; het is ook de gedachtenis van de vrije toestemming
van de Maagd en van haar medewerking aan de uitvoering van het goddelijk
verlossingsplan.
Maria is de luisterende Maagd
die het woord van God gelovig ontvangt. Geloof was voor haar de
voorwaarde en de weg tot het goddelijk moederschap. Want zoals
Augustinus zegt: ‘De heilige Maria heeft Hem die zij door te geloven ter
wereld bracht, ook door te geloven ontvangen.’ Toen na haar aarzeling
haar moeilijkheid door de engel was weggenomen, heeft zij vol geloof
Christus eerst in haar hart en dan in haar schoot ontvangen. Dit
gebeurde nadat zij gezegd had: ‘Zie de dienstmaagd des Heren; mij
geschiede naar uw woord’ (vgl. Lc. 1, 23-38). Om dit geloof werd
zij zalig geprezen. Dit geloof schonk haar de zekerheid dat de belofte
vervuld zou worden: ‘Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal
komen wat haar vanwege de Heer gezegd is’ (Lc. 2, 45). Met dit
geloof dacht zij, als hoofdpersoon en kroongetuige bij Christus’
menswording, later terug aan de gebeurtenissen van zijn kindsheid. En
zij overwoog dit alles in haar hart (vgl. Lc. 2, 19.51).
Maria
is het voorbeeld van de gehele kerk bij de viering van de goddelijke
eredienst. Daarom is zij ook voor elke christen de leermeesteres inzake
toewijding aan God. Vooral echter is Maria het voorbeeld van de
eredienst waardoor men van zijn eigen leven een offergave aan God maakt.
Dit leert de kerk ons vanouds, maar wij kunnen dit ook leren van de
Maagd zelf die op Gods boodschap antwoordde: ‘Zie de dienstmaagd des
Heren; mij geschiede naar uw woord’ (Lc. 1, 38).
Bron: Nederlands Getijdengebed Lezingendienst.
