We zeggen dit elke Zondag tijdens de H.Mis als wij het Credo (de Geloofsbelijdenis) belijden. "Ik geloof in de Heilige Geest, de Heilige Katholieke Kerk, de Gemeenschap van de Heiligen, de vergeving van de zonden, de Verrijzenis van het lichaam, en het Eeuwig Leven, Amen". Maar hoeveel Katholieken weten eigenlijk wat die "Gemeenschap der Heilgigen" echt betekent?
Het negende artikel van het Credo leert ons dat krachtens de innige band tussen al haar leden, in de Kerk, alle geestelijke goederen van die leden gemeenschappelijk zijn. Dit geldt zowel voor alle goederen inwendig als uitwendig.
De gemeenschappelijke inwendige goederen zijn de genade door de H.Sacramenten, het Geloof, de Hoop, de Liefde en de oneindige verdiensten van Jesus Christus, de overvloedige verdiensten van de Heilige Maagd Maria en de andere Heiligen, en de vrucht van alle goede werken die er in de Kerk geschieden.
De gemeenschappelijke uitwendige goederen, zijn de H.Sacramenten, het Offer van de H.Mis, de openbare gebeden, de godsdienstige ceremonies, en alle andere uitwendige praktijken, die de gelovigen verbinden.
Maar niet iedereen hebben deel aan de gemeenschap van goederen. Alleen de Christenen die in staat van genade zijn hebben daar gemeenschap in. Wie in staat van doodzonde verkeert, heeft geen deel aan die gemeenschap van goederen. De reden is, omdat de genade van God, het bovennatuurlijke leven van de ziel, de gelovigen met God en met Jesus Christus verenigt, als levende leden, wat hen geschikt maakt om werken te verrichten die verdienstelijk zijn voor het Eeuwig Leven. Zij die dus in staat van doodzonde leven zijn verstoken van Gods genade en uitgesloten van de gemeenschap in de geestelijke goederen. Zij kunnen geen werken verrichten die verdienstelijk zijn voor het Eeuwig Leven. Hoe verkrijgen wij de staat van genade terug als wij een doodzonde hebben begaan? Die krijgen wij door het H.Sacrament van Boete en Verzoening (de Biecht) te ontvangen.
Maar de Christenen die in staat van doodzonde leven hebben toch nog voordeel van de inwendige geestelijke goederen van de Kerk, in zoverre zij het onuitwisbaar merkteken van het Christen-zijn bewaren, en ook de deugd van het Geloof: de wortel van alle rechtvaardiging. Daarom worden zij geholpen door de gebeden en goede werken van de gelovigen, die voor hen de genade van bekering kunnen verkrijgen. Wie in staat van doodzonde is kan deel hebben aan de uitwendige goederen van de Kerk, mits zij maar niet van de Kerk gescheiden zijn door de Canonieke straf van de excommunicatie.
De leden van die gemeenschap worden Heiligen genoemd, omdat allen tot de heiligheid geroepen zijn en omdat velen onder hen al tot volmaakte heiligheid gekomen zijn.
De Gemeenschap der Heiligen strekt zich niet alleen uit tot de Hemel, maar ook tot het Vagevuur, het Purgatorium, omdat de Liefde de drie Kerken verenigt: de Zegenvierende Kerk, de Strijdende Kerk en de Lijdende Kerk. De heiligen bidden voor ons tot God en voor de zielen in het Vagevuur. Wijzelf brengen eer en glorie aan de heiligen en kunnen de zielen in het Vagevuur verlichting brengen door voor hen H.Missen, aalmoezen, aflaten en andere goede werken op te dragen.
