Uit een preek van Anastasius, abt van het klooster op de Sinaï († na 700), op het feest van de Gedaanteverandering van de Heer.
Dit
mysterie werd door Jesus aan zijn leerlingen geopenbaard op de berg
Tabor. Op weg daarheen had Hij hun gesproken over het rijk en over zijn
wederkomst in heerlijkheid. Maar omdat zij wellicht nog niet voldoende
zeker waren van wat Hij hun over dit rijk had verkondigd, wilde Hij hun
tenslotte in het diepst van hun hart hiervan ten stelligste overtuigen.
Het was zijn bedoeling hen door de gebeurtenissen van het ogenblik te
brengen tot geloof in het toekomstige. Daarom liet Hij hen getuige zijn
van een wonderbare verschijning, een goddelijke openbaring op de berg
Tabor, bij wijze van voorafbeelding van het rijk der hemelen. Het was
alsof Hij hun zei: om te beletten dat deze tussentijd ongeloof in u doet
opkomen, daarom zeg Ik u onmiddellijk, reeds nu: voorwaar, er zijn er
onder de hier aanwezigen, die de dood niet zullen ervaren, voordat zij
de Mensenzoon zullen zien komen in de heerlijkheid van zijn Vader (vgl. Mt. 16, 28).
Om
aan te tonen dat de macht van Christus beantwoordt aan zijn wil, voegt
de evangelist hieraan toe: ‘Zes dagen later nam Jesus Petrus, Jakobus en
diens broer Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg
waar zij alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd:
zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als
het licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia die zich met Hem
onderhielden’ (Mt. 17, 1-3).
Dit zijn de
wonderlijke feiten, eigen aan deze dag, dit is het heilsmysterie dat
zich heden op de berg voor ons heeft voltrokken. Want wat ons thans
samenbrengt, is zowel de dood des Heren als dit Christusfeest. Willen
wij nu met de uitverkoren en door Gods Geest geleide leerlingen dieper
doordringen in deze onuitsprekelijke en heilige mysteries, laten wij dan
luisteren naar de goddelijke stem die ons vanuit den hoge, vanaf de top
van de berg, nadrukkelijk samenroept.
Daarheen
moeten wij ons haasten om Jesus te volgen, die hier op aarde onze
leidsman naar de hemel en onze voorloper is. Met Hem zullen wij eens
stralen van licht dat alleen zichtbaar is voor de ogen van de geest. Tot
in het diepste van onze ziel vernieuwd, zullen wij op zijn beeld
gelijken en, evenals Hij, in een oogwenk van gedaante worden veranderd,
vergoddelijkt en gereedgemaakt voor wat boven is.
Laten
wij dan welgemoed en vol vreugde ons haasten naar de berg en de wolk
binnengaan als een andere Mozes of Elia, Jakobus en Johannes. Laten wij
zijn zoals Petrus: in vervoering om dit goddelijke visioen en deze
verschijning, als het ware verheven boven de wereld, aan de aarde
onttrokken. Treed uit het lichaam, verlaat deze schepping en keer u tot
de Schepper, tot wie Petrus, geheel buiten zichzelf, zei: ‘Heer, het is
goed dat wij hier zijn’ (Mt. 17, 4).
Inderdaad,
Petrus, het is werkelijk goed hier te zijn met Jesus en hier voor
eeuwig te blijven. Wat is er heerlijker dan met God te zijn, op Hem te
mogen gelijken en in het licht te wonen? Ja, wij bezitten God reeds in
onszelf, nu reeds zijn wij van gedaante veranderd, herschapen naar het
beeld van God. Daarom moet ieder van ons vol blijdschap uitroepen: het
is goed dat wij hier zijn, waar alles straalt van licht, waar vreugde
is, geluk en zaligheid. Hier wordt ons hart vervuld van rust, vrede en
zoetheid. Hier laat Christus, onze God, zich zien. Hier wil Hijzelf met
de Vader bij ons verblijf nemen en zegt Hij bij zijn komst: ‘Vandaag is
dit huis heil ten deel gevallen’ (Lc. 19, 9). Hier zijn met
Christus de schatten van de eeuwige goederen in grote overvloed; hier
weerspiegelt zich de eeuwigheid en zien wij de voorafbeelding van onze
toekomst.
Bron: Nederlands Getijdengebed.
