zondag 15 maart 2015

Over de oorzaak van het ongeloof

Op zondag Laetare lezen we in het H.Evangelie in Johannes 3: vers 14-21 over de dialoog tussen Jesus en Nicodemus. Dit is echt een belangrijk stuk. Niet alleen gaat het in Johannes 3: vers 1-21 hier over het Heilig Doopsel en de noodzakelijkheid voor het Eeuwig leven van ieder van ons, maar er is veel meer in de tekst die van ons van belang is: het gaat in 19-21 ook over de oorzaak van het ongeloof dat nu welig tiert en waarbij men dit zelfs in de Kerk aantreft. Hieronder staat een deel van de tekst:

De Mensenzoon moet omhoog worden geheven, 14. zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, 15. opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. 16. Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. 17. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. 18. Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren zoon van God. 19. Hierin bestaat het oordeel: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht, omdat hun daden slecht waren. 20. Ieder die slecht handelt, heeft een afschuw van het licht en gaat niet naar het licht toe uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden. 21. Maar wie de waarheid doet, gaat naar het licht, opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.

Dit gesprek (voor een goed begrip zie daarvoor de H.Schrift het Evangelie naar Johannes te beginnen bij hoofdstuk 3 vers 1) kan in drie delen worden onderscheiden: De geestelijke wedergeboorte: het ontvangen van het bovennatuurlijke leven van de Heiligmakende genade (vers 3-10,). A) Haar noodzakelijkheid voor het binnengaan van het Koninkrijk Gods (vers 3-4). B) Het Doopsel als noodzakelijk middel tot wedergeboorte (vers 5-6) C) Het geheim van de bovennatuurlijke wedergeboorte (vers 7-10). 
Om Jesus' Goddelijke oorsprong, kent Hij en Openbaart Hij de hemels dingen (vers 11-12). Het geloof in Hem voert naar het Eeuwig Leven, waarvan Jesus de bron is (vers 13-15). De wereld wordt geoordeeld naar geloof en ongeloof in Jesus (vers 16-21). De ongelovige is reeds in dit leven geoordeeld (vers 16-18). De oorzaak van het ongeloof, en dus van de veroordeling, is de gehechtheid aan boze werken. 
De conclusie is dus: de oorzaak van zoveel ongeloof in de wereld maar ook binnen de Kerk ligt in het feit dat teveel mensen gehecht zijn aan boze werken. Daardoor verwerpen ze het geloof of delen van het geloof in Jesus, maar ook verwerpen ze daardoor Zijn Kerk en de Kerkelijke Leer. En dit is ook de kern van elke bekering: je afwenden van je boze of slechte daden en ze niet meer herhalen. 

Wie dus echt van zijn slecht gedrag af wil en verlost wil worden van het kwaad dat hij zelf of aan anderen berokkend heeft en niet wil dat het in zijn leven nog terugkomt, kan daarom het beste het Sacrament van de Biecht opzoeken. Door de genade in dat Sacrament gegeven kan men zich losrukken van de duisternis. De mens heeft immers onvoldoende kracht om dit zelf te doen. Wie geregeld dit Sacrament opzoekt, de Absolutie ontvangt en de aanwijzingen van de Biechtvader opvolgt wordt verlost van de demonen die zijn leven beheersen.