Dan is de volgende vraag dus, waar gaan de zielen dán heen, als ze te slecht zijn voor de Hemel, maar te goed voor de Hel. De Dominee wist het antwoord niet, maar hij besefte dat de Katholieken toch een beter antwoord daarop hadden: het Purgatorium, of het Vagevuur.
Er zijn overigens wel degelijk aanwijzingen in de H.Schrift dat Jesus naar het Purgatorium verwijst (vergelijk Mattheus 5;25-26), zij het dat Hij dit met symbolen aanduidt. Maar niet iedereen doorziet dat natuurlijk. De Schrift is geen makkelijk boek om te lezen en zeker voor leken geldt de regel dat zij behoorlijk wat hulp nodig hebben om het te verstaan, al zullen er gedeelten zijn die onbegrijpelijk blijven (zoals de Apocalyps van Johannes). Zowel de Kerkvaders Tertullianus als Cyprianus hebben de Bijbeltekst van Mattheus verbonden met de zuivering van de zielen na hun dood. In de Catechismus van de Katholieke Kerk worden vooral genoemd 2 Makkabeeën 12;44-46 en 1 Korinthe 3;15.
Jesus heeft in zijn privé openbaring aan zuster Faustina (Devotie van de Goddelijke Barmhartigheid), wel degelijk gewezen op het bestaan van het Purgatorium. Ook bestaan er twee Geloofspunten, dat de "gelovigen op Aarde in staat zijn hulp te bieden aan de zielen in het Purgatorium". Verder bestaat het Geloofspunt dat "de zielen van de rechtvaardigen, op het moment van hun dood die belast zijn van dagelijkse zonden, of tijdelijke straffen die voortvloeien uit die zonden, het Purgatorium zullen binnengaan". Dus ook hierin leert de Kerk het bestaan van deze uitboetingsplaats.
De opmerking van de Dominee was dus zo gek nog niet. Ook met het verstand zijn er dingen te ontdekken. Voor ons, staat de maand november in het teken van de zielen in het Vagevuur. We bidden voor ze, we kunnen de H.Mis voor ze laten lezen, en we kunnen aflaten aanbieden om hun lijden te verlichten. Onder het octaaf van Allerheiligen kan een aflaat worden verdient voor de zielen in het Vagevuur door een bezoek te brengen aan het kerkhof.
Post Scriptum: Als we het over aflaten hebben (een kwijtschelding van tijdelijke straffen in het Vagevuur), dan wordt door menigeen gewezen op de zogenaamde 'fouten van Rome' door de misbruiken van aflaten erbij te halen. Maar het verhaal zit toch iets anders in elkaar. Al in de 13e eeuw en de daarop volgende eeuwen hebben de Pausen de aflatenhandel door priesters altijd streng veroordeeld. Aflaten verdienen behoort tot de Leer van de Kerk. Dat er priesters zijn geweest die zo nodig dit voor financieel gewin wilde misbruiken, maakt de Leer van de Kerk nog niet ongeldig. Wel ongeldig was het misbruik ervan. De Reformatie had naast de Aflatenhandel ook in theologische zin zijn bezwaar. Maar uiteindelijk heeft de Reformatie toch de plank misgeslagen. De echte hervorming kwam door het Concilie van Trente. Later heeft Paus Paulus VI de regels over aflaten verder aangepast. Per dag kan men nu een Volle Aflaat of een Gedeeltelijke Aflaat verdienen.
Post Scriptum 2: Het is historisch onjuist dat Maarten Luther de eerste zou zijn geweest die iets tegen de Aflatenhandel schreef. In 1215, tijdens het Vierde Lateraans Concilie werden beperkingen aangebracht aan de omvang van aflaten die bisschoppen mochten verlenen. In 1392 heeft Paus Bonifatius IX geestelijken veroordeeld die geld eisten door gelovigen ten onrechte grote geestelijke beloften te doen. In 1478 heeft Paus Sixtus IV maatregelen genomen om misbruik van aflaten tegen te gaan. Dus het misbruik werd al vroeg in de Middeleeuwen aangepakt. Bovendien is het nog maar de vraag of het verhaal van de 95 stellingen op de slotdeur van Wittenberg ook echt gebeurd is. Protestanten beweren dat Luther dit deed opdat de mensen dit zouden lezen. Maar het analfabetisme was in die dagen rond de 90%. Bovendien werd niet in de volkstaal, maar in het Latijn geschreven. Een taal die de meeste mensen niet beheersten.
