zaterdag 24 oktober 2026

H.Antonius Maria Claret - Bisschop

Uit de geschriften van de heilige Antonius Maria Claret, bisschop van Santiago op Cuba († 1870) De liefde van Christus laat ons geen rust.
 
Gedreven door het vuur van de heilige Geest zijn de apostelen over de hele wereld getrokken. Door ditzelfde vuur aangestoken, zijn de missionarissen als apostelen tot de uiteinden van de wereld doorgedrongen. Dit doen zij nog en dit zullen zij blijven doen, van de ene pool tot de andere, om het woord van God te verkondigen. Daarom kunnen zij terecht de woorden van de apostel Paulus tot de hunne maken: ‘De liefde van Christus laat ons geen rust’ (2 Kor. 5, 14).
 
De liefde van Christus prikkelt en bezielt ons om voort te snellen en uit te vliegen als gedreven op de vleugels van een heilige ijver. Wie God werkelijk liefheeft, heeft ook de naaste lief; wie echt van ijver brandt, bemint ook, maar zijn liefde is, naar de maatstaven van de liefde, van een hogere orde: hoe meer hij van liefde brandt, des te meer wordt hij door ijver gedreven. Als iemand geen ijver kent, is dit een teken dat in zijn hart de liefde en de naastenliefde zijn uitgedoofd. Wie vol ijver is, heeft het verlangen, stelt alles in het werk en spant zich in om God in dit en in het andere leven steeds meer te doen kennen, beminnen en dienen, want deze heilige liefde is onbegrensd. Zo gaat hij ook om met zijn evenmens: hij is vol verlangen en stelt alles in het werk om te bereiken dat allen hier op aarde tevreden en in het hemelse vaderland gelukkig en zalig zijn. Allen moeten gered worden; niemand mag voor eeuwig verloren gaan; niemand mag God beledigen of op enig moment in zonde leven. Dit zien we bij de heilige apostelen en bij allen die door de geest van de apostelen gedreven worden.
 
Tot mijzelf zeg ik: een zoon van het onbevlekt hart van Maria is een man die in liefde ontvlamd is en alles waar hij voorbijkomt, in vuur en vlam zet. Hij verlangt metterdaad en zorgt er met alle middelen voor dat alle mensen door het vuur van de goddelijke liefde worden aangestoken. Hij laat zich door niets afschrikken; hij is verheugd als hij ontberingen lijdt; hij spaart zich geen enkele moeite; hij neemt alle zorgen op zich; hij is blij als hij vals beschuldigd wordt; hij verheugt zich als hij wordt gemarteld. Het enige waar hij aan denkt, is hoe hij Jezus Christus kan volgen en navolgen in gebed, in werk en in lijden. 
 
Zijn voortdurende en enige zorg is de eer van God en het heil van de zielen.