zaterdag 23 mei 2026

Pinksteren - De nederdaling van de H.Geest

Uit een preek van de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407). De bekroning van al de goede gaven is de heilige Geest.

Geliefden, groot zijn de genadegaven die ons vandaag door onze menslievende God zijn geschonken; zij gaan ieder mensenwoord te boven. Wij moeten ons daarom allen tezamen verheugen en jubelend onze Heer bezingen. De dag van vandaag is een heerlijk, algemeen feest. En zoals in de natuur de seizoenen elkaar opvolgen, zo volgt in de kerk het ene feest op het andere; het ene brengt ons naar het andere. Nog maar kort geleden hebben wij het kruis, het lijden en de verrijzenis gevierd, daarna de hemelvaart van onze Heer Jezus Christus. Vandaag zijn wij dan gekomen bij de bekroning van al die goede gaven, bij de bron van die feesten, bij de voltooiing van wat de Heer ons heeft beloofd. ‘Als Ik heenga,’ had Hij gezegd, ‘zal Ik u iemand anders zenden als Helper, Ik zal u niet als wezen achterlaten’ (vgl. Joh. 16, 7).

Ziet ge zijn bezorgdheid, zijn onuitsprekelijke liefde? Enkele dagen geleden vierden wij dat de Heer terugging naar de hemel, zijn koningstroon weer bezette en plaatsnam aan de rechterhand van de Vader. Vandaag schenkt Hij ons de aanwezigheid van de heilige Geest en door Hem verleent Hij ons talloze gaven uit de hemel. Want zeg me, is er iets van alles waarin ons heil bestaat, dat ons niet door de Geest is verleend? Door Hem worden wij van de slavernij bevrijd en tot de vrijheid geroepen, als kinderen van God aangenomen en, om zo te zeggen, opnieuw geschapen. Wij leggen de zware, verstikkende zondenlast af en dank zij de heilige Geest zien wij scharen priesters en hebben wij vele leraren. Uit deze bron komen gaven van openbaringen en ook van genezing. En al het andere dat Gods kerk pleegt te sieren, vindt in Hem zijn oorsprong. Luid verkondigt Paulus: ‘Dat alles is het werk van één en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil’, (1 Kor. 12, 11). Door Hem hebben wij bevrijding van onze zonden gevonden, door Hem hebben wij ons van iedere smet gereinigd, door zijn gaven zijn wij van mensen engelen geworden, nu wij ons aan zijn genade hebben overgegeven. Want zonder verandering van onze menselijke natuur maar - wat veel verwonderlijker is - terwijl wij daarin blijven, leiden wij het bestaan van engelen. Zo groot is de kracht van de heilige Geest. Zoals gewoon vuur vochtige klei doordringt en er steenhard aardewerk van maakt, zo grijpt het vuur van de Geest een ziel aan die zich bereid houdt, en maakt haar, al is ze weker dan klei, zo hard als staal. En iemand die kort tevoren nog besmeurd was met het slijk van de zonden, maakt Hij op slag zo helder als het zonnelicht.
 
Al dit goede en nog veel meer is ons door deze dag geschonken. Daarom roep ik u op om uit dank voor al het goede dat ons gegeven is, dit feest te vieren - niet door onze deur met kransen te behangen, maar door onze ziel te sieren, niet door het marktplein met tapijten te verfraaien, maar door onze ziel van deugden te laten stralen. Want zo kunnen wij de genade van de Geest ontvangen en daarvan de vruchten plukken.
 
Bron: Nederlands Getijdengebed van Pinksteren: lezingendienst.