Op de eerste Zondag van de Veertigdagentijd lezen wij de lezingen in de Buitengewone Vorm van de Romeinse Liturgie. De bekoorder treedt toe tot Jesus die vraagt om zijn Goddelijke Natuur te openbaren. De Duivel doet dat door de stelling te poneren: "Beveelt deze stenen dat ze brood worden." Maar hoe wist de Duivel dat Gods Zoon in de gestalte van een mens zou verschijnen? Mogelijk ligt dit Mysterie in het begin van het Boek Genesis besloten, waar de Duivel op een of andere manier achter een deel van de identiteit van de Verlosser is gekomen, alhoewel Satan natuurlijk niet wist of dit ook klopte. Vandaar de vraag om stenen in brood te veranderen. Zou Jesus daarin toegestemd hebben, dan was voor Satan de vraag duidelijk geweest wie Hij precies voor zich had. Maar Christus stemt niet toe en geeft geen antwoord op deze vragen. De tweede bedoeling van deze vraag van Satan was om het vasten van de Heer te onderbreken.
Waarom was het dan voor de Duivel belangrijk dit te weten? Er zijn vele verlossers geweest in de oude tijd, zoals Samson in de tijd van de Rechters, maar de Verlosser, de Messias moest nog komen. Wie immers de ware identiteit van iemand weet, kan die persoon ook beter bestrijden. Maar Jesus geeft totaal geen antwoord op de vraag van Satan, terwijl die met een valse Schriftuitleg probeert onze Verlosser op een andere gedachte te brengen. Uiteindelijk moet de Duivel zijn pogingen opgeven en mogelijk is de Verleider zo'n drie jaar later alsnog eenmaal langs gekomen in de Hof van Olijven waar de Heer op een verschrikkelijke manier, tot bloedens toe, werd beproefd.
Een ding is zeker: Onze Heer heeft zijn eigen Veertigdagentijd in de woestijn niet voor niets gedragen. Hij gaf ons een voorbeeld hoe wij zelf als leden van het Mystieke Lichaam moesten handelen. Wij als Christenen van de Katholieke Kerk moeten namelijk ons door vasten sterker worden in de strijd tegen het kwaad, zoals het Evangelie van deze Zondag ook aantoont.
Ik wens u allen een vruchtbare veertigdagentijd toe.
De lezingen in de Buitengewone Vorm zijn aldus:
Epistel: 2 Kor. 6; 1-10
Evangelie: Matteus 4; 1-11
Liturgische kleur: Paars.
