zaterdag 4 september 2021

Vijftiende Zondag na Pinksteren

In de gezangen en gebeden van deze H.Mis van de vijftiende Zondag na Pinksteren vragen wij God ons in de strijd tegen het kwaad bij te staan en om de Hemelse Goederen te geven, die Christus voor ons in zijn Paasgeheim heeft verdiend. Want van dit heil zijn wij verzekerd. Met herhaald gebed en met de getuigenis van al ons doen en laten, willen wij God daar altijd voor prijzen, dag en nacht (Graduale). 

Door de viering van de H.Eucharistie, dat ook een offer is van lof, willen wij Hem de nieuwe lofzang zingen die Hij ons leerde (Offertorium). Ook op deze Zondag belijden wij met Christus' eigen woorden dat wij in het Heilig Brood van het Altaar waarachtig het Lichaam des Heren nuttigen, opdat wij waarlijk zouden leven (Communio). 

In het Epistel van deze Zondag geeft de Heilige Apostel Paulus ons een nadere uitleg van het "geestelijk leven". Het Evangelie waarin de opwekking van de jongeling van Naïm wordt verhaald, doet ons de ontferming overwegen waarmee de Heer door zijn genade iemand ten leven wekt.

De H.Apostel Paulus geeft in het Epistel een nadere uitleg van het "leven naar de Geest" waarover hij reeds in de vorige Zondag heeft gesproken. Zonder een bepaalde volgorde noemt hij de verplichtingen op, welke het ons geschonken leven met zich brengt. Het zijn alle functies van de liefde, welke immers het gebod van de wet der vrijheid is.

In de tekst van het Epistel aan de Galaten waarin staat: "Laat daarom iedereen zijn eigen werk onderzoeken; dan zal hij alleen bij zichzelf reden hebben om te roemen, zonder zich te vergelijken met een ander", betekent dat onze gerechtigheid niet bepaald wordt door het oordeel van anderen, of doordat wij onszelf met anderen vergelijken. Alleen het oordeel van het eigen geweten kan ons er toe brengen ons over het werk van Gods genade in ons te verheugen, of te erkennen dat wij schuldig zijn. De onderrichting van de Kerk moet ons helpen dit oordeel van het geweten te vormen. In onze huidige tijd zien wij vaak dat er veel mensen zijn die een niet-gevormd geweten hebben en tot de meest afschuwelijke daden in staat zijn, juist omdat hun geweten niet heeft gewaarschuwd bij immorele acties. Het geweten is niet anders dan onze rede die zegt: doe dit, want het is goed; laat dat, want het is kwaad. Daarom is gewetensvorming zo belangrijk voor de gelovige Christen. Evenzo geldt dat een maatschappij waar goede gewetensvorming heeft plaatsgevonden, veel minder onderhevig is aan allerlei soorten kwaad.

Epistel: Galaten 5;25-26, 6; 1-10
Evangelie: Lucas 7;11-16
Laatste Evangelie: Johannes 1;1-14
Liturgische kleur: Groen.